oud-Hollandse werkduiven met een ongeëvenaarde vlucht
Logo GGSC
Behartigt als oudste speciaalclub van sierduiven in Nederland (anno 1899) de fokkerijbelangen (ras- en vliegkenmerken) van Groninger en Gelderse slenken

"O, 't is een prachtig gezicht, dat vliegen van echte slenken. Wie een echte slenke duif zag vliegen, heeft, in enkele seconden, als 't ware verpersoonlijkte kracht, lenige bevalligheid en majesteit gezien. Men zal zeggen: zoo spreekt een liefhebber. Neen, geen enkel onbevooroordeelde waarnemer zal dit tegenspreken."

(De Veldpost, 15 april 1899)

Alineaeinde

Welkom

Groninger slenk, foto van C.S.Th. van Gink (1917)Welkom bij de Groninger en Gelderse Slenken Club (GGSC), de oudste Nederlandse speciaalclub voor sierduiven (anno 4 april 1899 opgericht door de heer C.H. Huizinga als Nederlandse Slenkenduivenclub). Op deze website kunt u terecht voor informatie over de club en de clubrassen met een ongeëvenaarde vlucht. Daarnaast kunt u uw ervaringen delen, discussiëren of vragen stellen op het forum en een berichtje schrijven in het gastenboek. Ten slotte kunt u lid worden van onze actieve Facebookpagina. Klik hier om u aan te melden.

Inleiding

Nederland kent van oudsher verschillende lokale vliegduivenrassen. Bekende vliegrassen waren de hagenaar, de Nederlandse hoogvlieger, de oud-Hollandse tuimelaar, de helmduif en de holle kropper. De slenken vormden een aparte groep met twee variëteiten: de Groninger en de Gelderse; tot de dag van vandaag werkduiven bij uitstek.

De Groninger slenk

Groninger slenk, foto van C.S.Th. van Gink (1926)"Wie heeft er niet gehoord van de Groninger slenk; van haar kunstige vliegacrobatie? 't Is een artiest, die haar weerga niet heeft en nog wel: een lid onzer natie. Zie, hoe ze trippelt met trillende nekslag, klapwiekt in zwiepende, zwevende vlucht! Wat een variatie geeft het houden van slenken, wat een sensatie een slenk in de lucht!", zo schreef iemand in 1936. Na de oorlogsjaren geraakte de Groninger slenkenfokerij lange tijd in een dal, maar er kwam een opleving.

Van der Hoeven stelde in 1981 vast, dat er na de oorlog 25 exemplaren waren overgebleven. Deze waren verdeeld over acht fokkers: Pestman (8), Meijerink (2), Wiecking (1), Weijmer (6), Hagen (4), Verheij (2) en Van der Hoeven & Van Meeteren (2). Van de slenken in het Goudse duivenpark van Spruijt overleefde slechts één geelbleke duivin die onvruchtbaar bleek. In de jaren zeventig heeft de heer Meelis uit Den Haag de Groninger slenk van de ondergang gered en opnieuw onder de aandacht gebracht. De inspanningen van de heer Van Houten en de heer Strijkert mogen daarbij niet onvermeld blijven.

De Gelderse slenk

Gelders slenktype, foto van H. Logman Jr (1936)De Gelderse slenk werd verloren gewaand. Van Gink & Spruijt (1930) hebben het in Onze duiven in woord en beeld nog over de thans vrijwel uitgestorven Gelderse slenken. 50 jaar later schrijft Clason (1980) in zijn boek Zeldzame huisdierrassen: "De Gelderse slenken zijn reeds uitgestorven". Rond de laatste eeuwwisseling werden echter nog enkele fokkers van dit unieke oude Gelderse vliegras ontdekt, dat door Moezelaar (1976) nog werd bestempeld als de ouderwetse Gelderse vliegslenk.

Van der Hoeven (1981) schreef over de Gelderse slenk het volgende: "Het was ook een lust deze te zien werken op een hoogte van ongeveer een meter boven de Waal om dan al 'springend' te stijgen en daarna 'zwemmend' en 'zeilend' het slag te bereiken. Die slenken waren smal en lang met ranke halzen en staarten als waskommen. Zittend maakte de hals een sidderende beweging. Als tentoonstellingsduif waren deze slenken ongeschikt, omdat hun 'werkkwaliteit' de waarde bepaalde. 'Spochten', dat wil zeggen vliegen als een normale duif en 'blazen' werd niet geaccepteerd". Mede dankzij promotie van Geldersch Landschap en Kasteelen (GLK) en inspanningen van (nieuwe) fokkers om het oude vliegtype in ere te herstellen, beleeft de Gelderse werkduif een heuse comeback in binnen- en buitenland.

Een gezamenlijke slenkenclub

Hoewel GLK de Gelderse slenk bij aanvang onder haar hoede heeft genomen en een gericht fokprogramma stimuleerde met andere fokkers, werd meer en meer duidelijk dat de Gelderse slenk (van oudsher structureel ingedeeld bij de tuimelaarrassen) een professionele en actieve speciaalclub nodig heeft die de fokkerijbelangen (ras- en vliegkenmerken) van dit levend erfgoed behartigt.

Gelders slenktype, foto van H. Logman jr. (1930)In overleg met GLK is structurele samenwerking gezocht met de Groninger Slenken Club. Deze speciaalclub herbergde reeds geruime tijd meerdere Gelderse slenkenfokkers. Dit alles heeft in 2010 geresulteerd in een gezamenlijke slenkenclub (de GGSC). Hiermee zijn beide rassen verenigd in één nationale club, als vanouds!

Zeldzame (vlieg)duiven

Hoewel de populariteit van slenkduiven fors toeneemt, is het aantal serieuze fokkers dat gericht selecteert op vlieg- en raseigenschappen nog relatief gering. Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH) vermeldt zowel de Groninger als de Gelderse slenk als zeldzaam Nederlands duivenras. De Groninger slenk staat op de internationale FAO-lijst van huisdierrassen in gevaar en de Gelderse slenk zelfs op de internationale FAO-lijst van ernstig bedreigde huisdierrasssen.

Vliegduiven worden de laatste jaren steeds populairder. Wij hopen dat deze site hieraan een extra impuls geeft. Tevens hopen we dat deze site de slenkenfokkerij ten goede komt! Voor vragen kunt u altijd contact met ons opnemen; wij helpen u graag verder op weg!

Webmaster: Pieter Jansma | Sitemap | Disclaimer | Copyright ©: Groninger en Gelderse Slenken Club
Print deze pagina